Vermenigvuldigen in je hoofd zonder de getallen kwijt te raken.
Snelheid volgt uit een handige voorstelling en vertrouwdheid, niet uit haast.
Splitsen en een ronde basis
23 × 14 = 230 + 92 = 322. Ook 208 × 34 = 6.240 + 832 = 7.072. Voor 97 × 96 geldt (100 − 3)(100 − 4) = 9.312: de tekorten geven 12 en 97 − 4 = 93.
Cijferregel en controle
Bij 47 × 11 is 4 + 7 = 11: schrijf 1, onthoud 1 en maak van 4 een 5; het antwoord is 517, te controleren als 470 + 47. 208 × 34 ligt bij 7.000, dus 7.072 is aannemelijk en 70.720 niet. Oefen 24 × 13, 98 × 97 en 46 × 11: 312, 9.506 en 506.