Vermenigvuldigen met de Trachtenberg-methode: ×11 en ×12.
×11 toont het patroon met buurcijfers; bij ×12 verdubbel je ook het huidige cijfer.
De ×11-regel in één zin
Begin bij het meest rechtse cijfer. Ga naar links en tel elk paar buurcijfers op. Is een som 10 of meer, schrijf dan het laatste cijfer ervan en neem 1 mee naar de volgende stap. Tel aan het eind een eventuele resterende 1 op bij het meest linkse cijfer.
Uitgewerkt voorbeeld: 497 × 11
Begin rechts en behoud het laatste cijfer: 7. Tel vervolgens 9 + 7 op. Schrijf 6 en neem 1 mee, want 9 + 7 = 16.
Daarna reken je 4 + 9 + de meegenomen 1. Schrijf 4 en neem 1 mee, want 4 + 9 + 1 = 14. Tel tot slot de resterende 1 op bij 4. Dat geeft 5. Van links naar rechts is het antwoord 5.467.
497 × 11 = 5.467
Het laatste cijfer 7 blijft staan.
Schrijf 6 en neem 1 mee.
Schrijf 4 en neem 1 mee.
4 plus de meegenomen 1 is 5.
Volgende regel: vermenigvuldigen met 12
Werk van rechts naar links: verdubbel het huidige cijfer en tel de buur rechts op; denk een nul aan beide uiteinden. Voor 497 × 12: 7 wordt 14, dus 4 en 1 onthouden; 18 + 7 + 1 = 26, dus 6 en 2 onthouden; 8 + 9 + 2 = 19, dus 9 en 1 onthouden; 0 + 4 + 1 = 5.
497 × 12 = 5.964
De regel oefenen
Begin met getallen van twee cijfers, zoals 43 × 11. Zeg elke stap hardop: buitenste cijfer, buurcijfersom, buitenste cijfer. Voeg daarna voorbeelden met een onthoudstap toe. Het doel is niet om meteen snel te zijn, maar om de volgorde betrouwbaar te maken.
Wanneer je je zeker voelt, gebruik je getallen van drie en vier cijfers. Controleer enkele antwoorden met gewone vermenigvuldiging. Zo leer je zowel de regel als de vorm van een geloofwaardig resultaat herkennen.
Wat komt er na ×11?
Behandel iedere nieuwe vermenigvuldigingsregel als een aparte vaardigheid. Leer de formulering, werk voorbeelden langzaam uit en verhoog pas daarna het aantal cijfers. Dat is een praktische manier om de bredere Trachtenberg-methode voor vermenigvuldigen te leren.
Vermenigvuldig met 11 uit je hoofd.
Probeer een willekeurig getal van twee cijfers. Het antwoord verschijnt stap voor stap.
Voer een getal van twee cijfers in om de regel te zien.
4 + 3 = 7. Zet die som tussen de twee oorspronkelijke cijfers.